Verhalen

Judith Hendriksen vrijwilliger Taal&Ontmoeting

“Ik vraag me af wat ze begrepen van wat ik vertelde over mijn gezin, en de adoptie van onze kinderen” denk ik, terwijl drie gesluierde dames zich in mijn –voor dit soort gelegenheden veel te kleine- autootje proberen te wurmen. Ik heb beloofd ze even naar de markt te brengen. Het regent namelijk, zij waren lopend, en ik kom er toch langs. We hadden vanmorgen de eerste bijeenkomst van Taal en Ontmoeting en hebben een voorstelrondje gedaan. Heel verschillende vrouwen, heel verschillende niveaus, maar het was erg gezellig.

 Intussen hebben de dames een plekje,  alle jurken en doeken zijn binnenboord en ik rijd weg. Dan buigt  een van de dames zich naar me toe en vraagt: “Dus jullie hebben kinderen uit China? Heb je het eerst wel echt goed geprobeerd dan?” Het is maar goed dat ik mijn blik op de weg kan houden. Maar volgens mij heeft déze dame het in ieder geval prima begrepen.

“Hoe gaat het met je?”

Marlijn Huisman vrijwilliger Vrouwenatelier

Een heel gewone vraag lijkt het. Zo een die bijna aan je voorbij gaat soms. Maar als Sonja hem stelt weten we: hier is iets moois gebeurd.Sonja kwam op uitnodiging naar het Vrouwenatelier. Door het leven getekend, flink wat therapie achter de rug en een diagnose van een arts waar over het algemeen weinig aan te doen lijkt. Ze moet er maar mee dealen, net als haar omgeving. Maar die heeft zich teruggetrokken. Of deed ze het zelf? Eigenlijk is het  niet belangrijk, het gevolg is eenzaamheid. Eenzaamheid en wantrouwen.

Door het Vrouwenatelier heeft ze wat aanspraak, wat invulling van haar week. Kan ze zich creatief uiten, en wat is ze daar sterk in! Hier hoort ze dat ook terug, en kan ze een ander uitleggen hoe het moet. En wat nog belangrijker is: er wordt echt naar haar geluisterd, zonder oordeel. Het voelt niet als hulpverlener-client, maar gewoon gelijkwaardig:  we hebben allemaal wel wat, ik het mijne en jij het jouwe, maar samen slaan we er ons doorheen. Hier mag ze gewoon zichzelf zijn. Sonja ondervindt dat zelfs boos zijn de deur niet sluit. Ze ontdekt iets van wat liefde is, en trouw. En langzaamaan ontdooit ze. Vanuit de verbinding en gelijkwaardigheid die ze ervaart krijgt ze ook steeds meer ruimte en belangstelling voor de mensen om zich heen. En dan is een simpele vraag: “Hoe gaat het?” van haar naar ons goud waard.